Projecten

Ethiopië/Nigeria/Zimbabwe

Mensenrechtenverdedigers in landen als Ethiopië, Nigeria en Zimbabwe kunnen niet openlijk voor de mensenrechten in hun land opkomen. Hun positie is zeer benard. De nationale overheden drukken elk tegengeluid de kop in en vaardigen discriminerende wetgeving uit voor activiteiten voor mensenrechten. Mensenrechtenactivisten worden daardoor beschouwd als criminelen en terroristen.
 
Begin 2009 ondersteunde Justitia et Pax mensenrechtenverdedigers uit de Niger Delta bij het deelnemen aan de Universal Periodic Review (UPR) van Nigeria. In december 2009 gebeurt dit voor de UPR van Ethiopië. Activiteiten voor Zimbabwe zijn in voorbereiding en volgen mogelijk in 2011.
 
 
 
Het tellen van de stemmen voor de nationale verkiezingen, Lagos, april 2007 (foto: Tiggy Ridley/IRIN)
 
Wat is een UPR?Een Universal Periodic Review (UPR) is een evaluatie van de mensenrechtensituatie in een land. Sinds 2008 moeten alle landen vierjaarlijks in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (VN) een 'mensenrechtenexamen' afleggen. Informatie voor de UPR wordt voorafgaand ingediend en bestaat uit:
  • een rapport van de betreffende overheid
  • aanbevelingen en commentaren van verdragsorganen en VN-rapporteurs over het land, samengesteld door het Hoge Commissariaat voor de Rechten van de Mens
  • onderzoeksinformatie van mensenrechten- en ontwikkelingsorganisaties
Het examen bestaat vervolgens uit een sessie van drie uur waarin landen vragen stellen en aanbevelingen doen. Het land dat examen doet kan hier op reageren en moet aangeven welke aanbevelingen het in de komende vier jaar gaat implementeren.
 
Belang partners
Justitia et Pax steunt partners bij hun beleidsbeïnvloeding in de VN. De UPR biedt een nieuwe mogelijkheid om mensenrechtensituaties te bespreken, ook van landen die in het verleden vaak onbesproken bleven. Justitia et Pax participeerde onder meer in de UPR's van Nederland, India, Indonesië, Pakistan en Nigeria.
Een 80-jarige vluchtelinge en haar kleinzoon, Zuid-Ethiopië (foto: George Mulala/IRIN)
Een 80-jarige vluchtelinge en haar kleinzoon, Zuid-Ethiopië (foto: George Mulala/IRIN)